Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 201 )

men z'cTi van hunne onkunde bediende, tot eigen voordeel.

Gelukkig voor het menschdom; — ja driewerf gelukkig voor den Christelijken Godsdienst, indien het gevoelen van zomm'ge n waar z;j, dat het onkundig gemeen zich niet meer bemoeit, om over de rechtzinnigheid van de leere te willen oordeelen; dat het thans die gefchillen aan de Godgeleerden ter bellisfing overlaat, en dat deeze de ontflaane verfchillen door overtuiging uit Gods heilig woord, met meer befcheidenheid , uit den weg weeten te ruimen. — Men zou derhalven moeten vraagen: heeft dan de gemeene leek der Christen Kerk nog al minder kennis van zijnen Godsdienst, dan die van de vroegfte eeuwen , toen de Christelijke leere eerst

begon gevestigd te worden? Of zoude

hij thans in de gronden van zijnen Godsdienst beter onderweezen zijn, en door de bloedige voorbeelden der vroegfle belijders van Christus, afgefchrikt zijn geworden, om

derzelver voetllappen te drukken? Hoe

zeer ik in twijfel ftaa, welk van beide gevoelens ik moet omhelzen, zo meen ik toch, 'om de liefde, welke ons gebied, het best van onzen naasten te denken , mij voor het laatfle te moeten verklaaren: en wel te meer, om dat wij in een eeuw leeven, die met nadruk de verlichte genoemd wordt.

Indien deeze gonflige verandering, welke wij befchreeven hebben , waarlijk beflaa , dan mag men veilig befluiten , dat zulke bloedige toneelen, die de eerlle eeuwen van 't Christendom, kenfchetllen, aan dien troostrijken, dien O a heil»

Sluiten