Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 206)

verfland van den geringen medeburger te befchaaven , en zijn hart te verbeteren ; Gij hebt eene dubbele aanfpraak op de erkentelijkheid van onze Maatfchappij, voor uwe poogingen, tot Nut van 't Algemeen aangewend, en op de dankzegging van den geringen burger, wiens kunde gij, door uwe werkjes, hebt zoeken te vermeerderen, hem zijne betrekking tot God te leeren kennen, en om zijnen godsdienst voortaan door overtuiging van plicht waarteneemen. Gij hebt zijne kundigheden trachten uittebreiden, om ook uit zijn beroep meer voordeel te kunnen trekken, waartoe gij hem de middelen hebt aangeweezen, en de plichten ieeren kennen, welke ieder^ in zijn beroep, en in de betrekking, waarin hij ftaat, behoort waarteneemen. — Hebt gij blijdfehap gevoeld, over de goedkeuring^ van uw werk; weest verzekerd, dat die blijdfehap oneindig zal vermeerderen , wanneer gij de vruchten van uwen arbeid eens zult zien inzamelen, door hen, voor welken gij dezelve had gezaaid. Welke ftreelende aandoeningen zal uwe ziele niet gewaar worden, bij deeze overdenking: ik heb poogingen aangevend, om het aardsch geluk van mijnen onkundigen medeburger tc helpen bevorderen ; ik heb zijne kennis trachten te vermeerderen , ten einde hij God welbehaaglijk fnogt leeren dienen: en de Heere heeft mijne poogingen gezegend. Gewis, Mijne Heeren! zulke heilvolle belooning voor onze ziele kan alleen gevoeld, maar niet befchreeven worden. Dat deeze overdenking U in uwe laatfle oogen-

blik-

Sluiten