Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( )

so handelt de waare Christen niet. Geeft dan , bij het verlaaten van deezen Tempel, rijkelijk en tevens blijmoedig; geeft zodanig, als gij zoudt weufchen gegeeven te hebben, wanneer gij eens rekenfchap van 't beltier uwer tijdelijke goederen aan God zult moeten geeven; en de Heere zal uwe belooning, uw troost zijn, in die bange oogenblikken, wanneer de troost deezer waereld u zal verlaaten.

Al wat gij de Armen doet, zal God in gunst gedenken; Hoe ! zouden broeders niets aan hunne broeders fchenkenï

Wij, fcjcpflen van één God, de lijdende armoê zien,

En, uit den overvloed, geen hulp, geen bijftand biên> Neen, zulk een onderftand is de edelfle der plichten. Die 't evenbeeld van God op aarde kan verrichten;

Maar zagt _ gij voelt uw plicht, o ed'le Maatfchappij!

Dat thans uw milde hand daarvan getuige zij 1

Sluiten