Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 53 )

deeze twee voorbeelden: „ Mijnarbeider jan „ klopt zijne kinderen, om dat zij omzag5, lijk vloeken, en hij vloekt zelve, ja als hij haarfjagen geeft, vloekt hij; wat moe en ,, diekindenjens denken?— dihk (tuurt zijne „ jongens naar de kerk, en hij komt er zel„ ve nooit:zijn oudlle zegt wel eens; Vader! ,, waarom gaat gij niet mede?" en dan is „ doorgaans het antwoord, ,, houd den mond „ Jongen!"

Wanneer nu de ouders zeiven hunnekinderen , in tegendeel, een goed voorbeel j geeven , zullen deeze gewennen om hen hier in naartevolgcn. Zelden toch zullen de kinderen zich met vloeken en zweeren ophouden, als hunne ouders zich altoos hier van onthouden, en het in hunne tegenwoordigheid in anderen verfoeien, of daar het pas geeft , beftraffen. En wanneer Vader en Moeder met vlijt hunne burgerlijkeen godsdieuftige pligtén, onder anderen ook , zo veel mogelijk, den openbaareu godsdienst, betrachten ,en de kinderen daar in opleiden, zullen deeze fpoedig begrijpen , dat dit juist is, zo als het behoort, en het door de gewoonte ongemerkt ook zoo doen. Hoor nog eens, welk voorbeeld het gemelde boekjen hier van geeft; ,,Laast s, (zegt de Ecrw. Schrijver) zag ik eer,-, -en ,, prent, verbeeldende dat een Vader overluid ,, badt. ó Die Man wierdt zo hartelijk en ,, ootmoedig afgebeeld ? maar zes of zeven kinderen (tonden daar ook bij, zo lief en „ zo eerbiedig, dat ik het u niet zegge-, kan; ,, ondertusfehen dacht ik: ja, dat is bet rechte, „ als de ouders maar goed voor gaan . en de 9, kinderen maar verftandig met zich leiden, j, dan zullen die ook wel gastne volgen."

D 3 Ziet

Sluiten