Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C Hl)

voetfpoor der Bijbelfchrijveren , en bijzonder met inzicht om nog een woord met u te wisïelen , beklagenswaardige Huisvader ! welke , dit leezende", uwe fchouders ophaalt , en zuchtend uitroept : Ach ! mij zijn mijne kinderen tot eenen vloek geworden ! Met een deelneemend mededogen , lieve vriend! bejammer ik uw ongelukkig lot, en veroordeel tevens het misdaadig gedrag van uwen zoon of uwe dochter. Maar zeg mij eens, ongelukkige man ! gevoelt gij ook eenige befchuldiging van pligtverzuim ? Zijt gij ook in cenige opzichten oorzaak van hunne misftappen ? Hadt gij, door uwe opvoeding, onderwijs , of voorzorg , deeze ook kunnen voorkomen? — Is dit zoo niet? — hebt gij een vrij geweten ? 6 , dank 'er God voor ! geef uwe bedorvene kinderen in zijne hand over; verdoof, zo veel gij kunt , die pijnigende bedenkingen , welke natuurlijk ontdaan in een afgefolterd vader-hart, door de infpraak van uw goed geweten : „ Ik heb mijn piigt ,, betracht!" — Maar , bevindt ge u in het tegenovergedeld geval ; hebt gij de misdaaden van uwe kinderen , veelal, te wijten aan uwe nalaatigheid , onoplettende zorgloosheid in hunne opvoeding en beduuring? Gevoelt gij de rampzalige wroeging in uw binnende ; ,, Ik had, door dit of dat te doen, door méér „ voor hen te waaken, door deeze of die ,, lesfen te geeven, hun bederf kunnen voor„ komen." — Dan zijt gij waarlijk dubbeld te beklaagen. Nu vraagt gij om raad , maar ik moetu, gul uit, verklaaren, ik weet'er, bijkans, geen. Zijn uwe kinderen nog onder uw bereik ,

dan

Sluiten