Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 139 )

het mij niet kwaalijk neemen, en die zulks niet zijn zullen, hoop ik, niet in aanmerking neemen, of het haar vaneenen man of van eene vrouw gezegd wordt, maar haare gebreken 'er door inzien, zich fchaamen, en — beeteren.

Tot eene deugdzaame opvoeding, en ocfe~ n'mg der kinderen mede te werken, is mede een piigt, voor de Huismoeder, van het grootfte aanbelang, en de omdandigheden van veele huishoudingen vorderen , dat zij de eerde en voornaamde zij , die hier toe werkzaam is. Dit is uwe post vooral, Huismoeders ' welker mannen in een beroep geplaatst zijn, dat hen, het grootde gedeelte van den dag, niet toe laat in huis te zijn; niet dat zulks hen van deezen piigt geheel ontflaat, om 'er zich mede te bemoeien; neen, het blijft wel deegelijk , ook hunne taak, maar hoe kunnen zulke vaders de geaardheid , neigingen, en vorderingen van hunne kinderen , zo naauwkeurig opmerken , als gijlieden , die uwe kinderen den ganfeheu dag, ten minden als zij van hunne fchoolen of werk t'huis gekomen zijn , onder uwe oogen hebt? Elk van hunne kleine verrichtingen, hunne geringe beuzeltaal, zelfs onder het fpeelen, legt u de harten uwer kinderen bloot; en door deeze gade te Haan, door uwe ooren en oogen, (gelijk men zegt) de kost te geeven , kunt gij hen geheel en al leeren kennen , om daar naar uwe beftuuringen in te richten.

De fnipperuuren die u van de huishoudingen overfchicten , bedeed die om de vrug-

ten

Sluiten