Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5 )

deeze, nevens eene andere vraage, ten tweë* d'éumaale werd opgegeeven , om voor 't aanftaande Jaar beandwoord re worden; en daar ik w?et dat onder de Beftuurders en Leden dier Maatschappij, zo veele kundige Mannen zijn, dacht mij, dat die het van groot gewigt moeten geacht hebben, daar op een goed en voldoend andwoord te hebben. Daar ik nu over deeze zaak nooit iets geleezeu heb, en gaarne als een goed Vader met mijne Zoonen wilde handelen, om het beste voor hen te kiezen, gevoelde ik fpijt, dat ik niet reeds een andwoord daar op had; daar naar wilde ik mij gaarne richten ; ik denk dat ik dan weldoen zoude. Ik weet waarlijk niet waartoe ik mijne Zoonen, naar hin.ne geaartheid , best zal opleiden , en begrijp uit de vraag reeds dat ik niet zonder overteg, naar mijnen zin , noch willekeurig, rcag handelen.

s. Ja vrien.1! dezelfde vraag is voorleden Jaar reeds opgegeeven; daar op is maar één, en dat een onvoldoend, andwoord , ingekomen. Te recht hebt gij uit de weder opgaave befloten, dat de dezelve door de Maatfchappij van groot gewigt is geacht. De Maatl'chappij toch bedoeld, voornaamelijk,ten nutte van den gemeenen Man, of den minderen rang van Burgers, te werken, en poogt, door die vraag, het zo noodzaaklijk en nuttig gedeelte der menschlijke Mantfehappij, als de Ambachts- en Handwerks Lieden zijn , tot meêr volkomenheid te brengen ; (en als eene bijlage tot haare fchnften over de opvoeding der kinderen) aan de ouderen nog meerA 3 <kr

Sluiten