Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 15)

ben of niet. Ook weeten die menfchenvrienden wel, dat fommige ouders enkel «aar hunne grilligheid in deezen te werk gaan, zonder eenig behoorlijk onderzoek, en daar door den oudlten zoon het handwerk van den Vader laaten leeren,al is hij 'er ten eenemaalongefchikttoe; en een tweede, vaak, tot dat van"een Oom, Neef, Vriend, of Kennis, opleiden , die hen, om dat zij, op het oog, zin aan den jóngen hadden, beloofden hem te zullen neemen, zonder dat die, zo min als de Ouders , behoorlijk onderzoek deeden naar den jongen zijne geaartheid.

Ik zal hier bij nog aanmerken, dat het ook zeer verkeerd is,dat ouders van den geringen Kurgerftand, en die het fober in de waereld hebben , in de keuze der Ambachten voor hunne zoonen, al veel, het vroege voordeel , dat de Jongens kunnen hebben, alleen tot de beweegreden maaken om hunne zoonen bij dit en niet bij dat Handwerk te doen. Als de Jongen terftond zes of agt Huivers in de week verdienen kan, dan zijn ze te vreeden, al is het Ambacht geheel tegen zijen geaartheid en bekwaamheid, en op den duur veel Hechter dan eenig ander, doch waar bij hij drie jaaren als Leerjongen , voor niet, moet zijn. Ik wil de eerlijke armoes de niet fmaaden ; en ouders , die, zonder hunne fchuld,arm zijn, en veel kinderen heb? ben, niet bedroeven, en zelfs hunne keuze, om terftond voordeelige Ambachten te kiezen , mids dat de gekozen Ambachten, naar de gefteldheid en geaartheid der Jongen zijn, goedkeuren; maar anders is een tegenwoordig

Sluiten