Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 19)

bacht,dat Ouders voor hunnen zoon gefehikr achten, 't welk in de Dorpen, en kleine Steden van ons Vaderland, mooghjk is, dan zou, ingeval de jongen daar geen zin in had en hem dat Ambacht niet fmaakelijk genoeg kon gemaakt worden, om het gewillig te beginnen, het ouderlijk gezag , met de verphgte helde, door reden en zachtheid, moeten uitgeoefend worden; en mooglijk zal men bij een zoon van eene goede opvoeding niet zeer lterlc behoeven te dringen, om in deezen zijne Ouderen te gehoorzaamen, wanneer deezen hem beveelen dat hij het beproeven zal, ot hij in het Ambacht, dat zij voor hem gekozen hebben, zin kan krijgen, en het daartoe te beginnen. Ik denk dat het niet veel zal gebeuren, dat, als het Ambacht naar zijne gtairtheid is, hij het dan niet met genoegen zal voortzetten.

h. Ik heb met alle mijne aandacht geluisterd', en uwe redenering met genoegen gehoord ; maar 'er zijn toch ook wispeltuurige kinderen, en kwaade jongens; hoe droevig kunnen de Ouders daar mede verlegen zijn?

s. Neem mij niet kwalijk dat ik wat te lang op uw laatfte vraag geandwoord heb, mij dacht dat het gewigt der zaak dit vorderde— 't is zo, dat fommige jongens (zo als ook het beftaan van groote menlchen in allerlei Handen is) wispeituurig, grillig en veranderlijk zijn , en dat deezen, door hunne onbe(tendigheidf dan zin in het eene, dan in het andere Ambacht, kunnen hebben; maar als voor zulke jongens een Ambacht, geëvecredigd aan hunne

Sluiten