Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(45)

naar hun oordeel, kiezeu, en dan van twee of drie aan de jongens een ter keuze geeven.

h. Och, Mijn Heer! Ik heb hier over nooit zo hooreh redeneeren, welk een dienst doet gij mij!

s. Niet mijn Heer! dit is onze affpraak; en ik ben u Heer nier.

h. Verfchoon mij. Ik zal in 't vervolg hier op letten.

s. Nu, 't is wel. Maar denkt gij ook niet dat Ouders, als zij zo te werk gaan als ik gezegd heb, genoegzaam onfeilbaar kunnen weeten, tot welke Ambachten hunne Zoonen behooren opgeleid te worden?

h. Wat zal ik zeggen! de verkeerde eigenliefde der Ouderen is dikwijls groot; zij denken van hunne kinderen gaarne het beste, en willen hen gaarne fterk, vernuftig en tot alles bekwaam noemen en roemen.

s. Ja maar gij, begrijpt hoop ik nu wel, dat dit niet alleen niet baat maar fchadelijk is, om dat de ouders dan oorzaak zijn dat hunne kinderen, voor dit leven, ongelukkig worden en blijven ; maar antwoord mij toch op mijn voorgaande vraag: denkt gij niet als de Ouders zo handelen, als ik gezegd heb, dat de Ouders het dan kunnen weeten, waartoe zij hunne Zoonen behooren op te leiden?

h. Hier op dunkt mij dat ik rondborstig ja moet zeggen.

s. Ik kon geen ander andwnord van u verwagten, daar gij een natuurlijk gezond verftand hebt, en" dit mij blijkbaar uit uw gedrag en redenen is. Maar denkt gij met mij'niet, dat het onyerandwoordelijk is, dat

On-

Sluiten