Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(57)

denken, acht ik dat,. natuurlijk befchouwd, zeer gezond is; 't kan wel zijn dat hij geen groot geheugen heeft, dat ik gemerkt htsb uit het historietjen,dat hij mij pas half verhadde, daar hij het veel zaaklijker geleezen heett. ik ken het. Maar zijn oordeel over 't geen hij bevat, is zeer goed, 't welk ik uit de gevolgen, welken hij beredeneerde, als doordat historietjen veroorzaakt, zeer wel kon merken. Daar bij denk ik, dat hij werkzaam van aart is, niet gaarne ledig,maar genegen tot werk. Dus fpreekt het van zeiven dat, naar mijn begrip, die jongen eene zeer goede geaartheid en zeer goede hoedanigheden heeft. De vraag, is nu of ik zijn beltaan en character getroffen heb? en 't is uw zaak nu, op uw woord van eer, mij hier in de waarheid te zeggen.

h. Dat had ik niet gedacht, dat gij mijn jongen zo net zoudt hebben leeren kennen! Ik zelf had hem zo goed niet kunnen befchrijven: — maar ailes wat gij zo onderfcheiden van hem gezegd hebt, is waarheid, 't Is mijn zoon, en hij is mij te na om hem te prijzen, maar 't is een btste jongen. Maar wat zegt gij van mijnen anderen ?

s. Zacht zacht, zo driftig niet! Laaten wij nu eerst fpreeken over een ambacht waar toe gij uwen oudften behoordet op te leiden; uit zijn beltaan en gtaartheid kunnen wij dat best weeten en befluiten. Ik heb gezegd, dat hij werkzaam van aart is. Gij hebt dit toegeftemd. Wel nu , als hij dan zo wat bezig is, wat doet hij dan? wat voert hij ait?

ïï. Die jongen? als hij maar een mes, een 1 D 5 ftuk

Sluiten