Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(6b)

bacht had, fchoon ik hem eigenlijk nog niet aan 't werk gezet heb.

s. Hij kan, volgens zijne geaartheid, het Schoenmaaken niet verkiezen, hoewel hij het werk goed, eu fpoedig , zou kunnen leeren , fchoon zijn lust daartoe nooit groot kan zijn. Gij merkt dus nu zelve wel. dat gij grond genoeg gehad hebt om te weeten, dar gij hem niet tot een fchoenmaaker, maar tot een timmerman behoordet op te leiden.

H. Dit merke ik nu, ja, nu gij mij te oordeelen geleerd hebt. Als mijne vrouw het goed keurt zal ik, ten eerften, voor mijn zoon een Baas zoeken; hij wil toch zoo gaarne bezig zijn.

s. Hij ziet zeker uit zijn geaartheid tegen geen werken op; doe hem dus bij het timmeren , ik denk dat gij zeer wel zult gekozen hebben, en aan zijn lust en genegenheid, daar toe, hebt gij geheel niet te twijifelen.

H. Nu verlang ik zeer te hooren wat gij zeggen zult van mijn' tweeden zoon.

s. Gij moet niet hoogmoedig worden om dat gij zulke gewenschte kinderen hebt. Ik zal u ftraks het een en ander zeggen dat u genoeg bedroeven zal. Gij hebt zeker wel gemerkt, toen ik aan u huis was, hoe fterk ik ware ingenomen met dien kroeskop. Dien jongen ! Dien krullebol! het vuur en leven ftraalt uit zijn oogen: hoe vlug is hij van Lichaam! kon hij vliegen hij zou het doen. Naar mij ie gedachten, daar hij veel tengender is dan de oudste, zal hij nooit zoo grof en fterk worden , en dus tot zulken arbeid, als die verrichten kan, niet bekwaam zijn; door zijne groote zielsvermogens zal die ook onnodig

zijn;

Sluiten