Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 21 )

pligt reeds , ten naasten bij, kennen; zij maaken u,ten minsten , deszelfs onderzoek gemaklijker.

Indedaad,' ik zal, om dit ftuk op te helderen, nu niets meêr behoeven té doen, dan de gevolgen , welken ik uit elk voorbeeld afgeleid heb, kortelijk bijeentetrekken.

De Naaritigheid beftaat dan, niet alleen in eene geduurige infpanning van onze ziel- en ligchaams-vermogens , niet in eene bloote rusteloosheid, en zorgvuldige vermijding van een lui en ledig leven, maar in eene vlijtige en volftandige beoefening van die pligten, tot dewelken de mensch op aarde verbonden is. Hij, die zijnen ijver fleebis aan een gedeelte van zijne roeping befteedt, cn dien aan de overige deelen onttrekt, komt, omtrent het yoorfchrift der Naarftigheid , veel te kort; zijne te kortkomingen zijn groover en gevaarlijker, naar maate de pligten, welken hij dus opoffert, van meerdere aangelegenheid zijn. Leiie verkeerde drift, uit misverftand omtrent onze pligten geboren, moet met de deugd der Naarftigheid nooit verward worden; zij is., of bloote onbezonnenheid, of fnoode ver-

floktheid. De Naarftigheid heeft , zo

wel als elke andere deugd, haare maat en perken; zo rasch zij deeze te buiten gaat, wordt zij meêr of min gevaarlijk , en het duurt niet lang, of men ontdekt aan de eene zijde nadeelen, die de winsten, welken zij aan eene andere zijde veroorzaakte, rijkelijk opweegen kunnen. Dit echter belet niet, dat zij in verfebiliende gevallen ook een' verfchillenden trap van levendigheid moge hebben: B 3 Wij

Sluiten