Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C3°)

toonden ijver, met zich zei ven zeer wel te vreede, en dit edel zelfs-bebaagen diende weer, op zijn beurt, om de werking van haare Naarftigheid te vergrooten en uittebreiden. En zo werd zij , die , nog maar weinig tijds geleden, van orde noch overleg wist — die niemands gading was , en nooit iets konde befpaaren , na verloop van weinige maanden , in een weerbaar en nuttig weezen herfchaapen; zij dacht niet flechts op zich zelven, en op haar dageli,ks werk, maar ook op God en haare medemenfchen ; ja zij is reeds een voorbeeld van Naarftigheid en orde in eene klasfe van menfehen , welken deeze beide deugden , meest van allen , noodig hebben, en gemeenlijk, meest van allen , verwaarioozen.

TWEEDE HOOFDSTUK.

Over den Invloed der Naarftigheid op het Menfchelijk geluk.

Na dat rh het voorgaand Hoofdftuk de denkbeelden ontvouwd zijn, welken ik van den pligt der Naarftigheid hebbe; kome ik nu aan het eigenlijk onderwerp, welks opzettelijke behandeling door de Maatfchappij: Tot nut van ,t Algemeen, van den dinger naar den Eereprijs, wordt afgevorderd. De vraag is toch, in het eerfte lid van het opgegeeven voorftel, naar den invloed, dien de Naarftigheid, zo op den voorjpoed en het waar geluk van ieder Mensch

in

Sluiten