Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volbrengt , en zich voor het overige daar mede niet bemoeit, daar door op deugd nog geene aanfpraak heeft. De deugd vooronderfielt eenen zekeren, meêr of min gevestigden, fmaak en bedreevenheid in deeze of geene pligts-betrachting, en eenen evenredigen weerzin in het tegenovergefteld kwaad. Hij, die de eerlijkheid nu en dan eens betracht, doet in zulke gevallen zijn pligt, maar hij, die in't gemeen een vriend en beoefenaar van deezen pligt is, — die het tegenovergefteld misdrijf zorgvuldig en op den duur vermijdt, bezit de deugd der eerlijkheid.

De deugd behoort derhalven op de lijst van der menfchen gewoontens en heblijkheden, en zij wordt op dezelfde wijze geboren. Een bedrijf of genot, 't welk wij dikwijls herhaalen , wordt , gelijk de ondervinding leert, ons door den tijd gemeenzaamer; allengs gewennen wij er aan;'het wordt eene behoefte , waar van wij ons niet ontdaan kunnen. De gefchiedenis van den dronkaart, den fpeelef , en den wellustigen bevestigt deeze aanmerking overvloedig. En juist zo is het ook met 's menfchen deugd gelegen. Zij vormt zich door eene veelvuldige herhaaling van eene en dezelfde pligtmaatige handeling ; hier door worden de moeite en de zwaarigheden , welke met dit bedrijf in het eerst verbonden waren, van tijd tot tijd gemakkelijker overwonnen ; dagelijks wordt dit werk genoeglijker en vaardiger volbragt; het begint een gedeelte van de gewoone bezigheden des levens tc worden; men verlangt 'er naar, en verricht het met eene E 3 toe-

Sluiten