Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fche tijtelen pronkt, —over liet lot van veelen beflischt,—endoor den grooten hoop ontzien en gevleid wordt. Het voldoe u niet, dat gij bij uwe tijdgenooten in een goed blad liaat, — dat uw roem door denieuws-papieren verbreid worde, — dat veelen hun goed en leven voor u veil hebben, — dat zelfs de nakomelingfchap een gunftig denkbeeld van u hebbe. Dit alles toch kan den ondeugenden , door vooringenomenheid en loos bedrog , zo wel als den goeden wedervaaren. Legt 'er u, in tegendeel, vooral op toe, wanneer gij in de gods-fchaal zult gewogen worden , niet te ligt te zijn. Wendt, daarom, uwen meesten ijver naar uwe pligten; weest in derzelver vervulling onbezweken , en houdt u verzeckerd , dat die mensch eerlang de uitneemendfte van allen zijn zal, die, 't zij bij rijk of arm ware, —« 't zij hij veel of weinig op aarde te zeggen had, — 't zij bij voor geleerd of eenvouwig doorging, ja, 't zij hij met eere of fchande overlaaden werd , in zijnen kring aan de voorfchriften der Naarftigheid het meest gehoor gegeeven , en het minst verzuim of misbruik van zijne vermogens en leeftijd, van zijne voorrechten en ftand, zelfs van zijne behoefte en tegenfpreken, op zijn geweten heeft.

Mij dunkt ik hoor het reeds, dat onwaardeerbaar getuigenis, 't welk aan dien getrouwen namaals , in 't bijzijn van hemel- en aard-bewooneren , door zijnen maaker zal gegeeven worden: „ Dielbaar fchepfel van „ uwen Formeerer! (zo luidt het) gij hebt, „ naar de maate van uwe krachten, mijnen

,, wensen

Sluiten