Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(III)

gedierte , hoe zeer ook dikwijls verdonkerd en onkenbaar, houdt eindeloos ftand en fleept eeuwigduurende gevolgen naar zich. Bij zijne komst m de waereld was hij een mensch, en trad hij in alle rechten der menschheid; geduursnde zijn verblijf op deezen aardbodem waren de pligten van den fterveling voor hem verbindend ; met zijn fterfuur wordt een menfchelijk levens - perk . befloten. Als mensch verfchijnt hij voor den grooten waereld - rechter ; daar verandwoordt hij zijne aardfche bemoeijngen , zorgen en verlustigingen; daar bloost of verheugt hij zich op het gezicht van zijne waarachtige character-fchets; daar verwagt en verneemt hij de onherroepelijke beflisfing van zijn lot.

Waarlijk, dit is eene zeer belangrijke gedachte, vooral naardien wij , bij 't gegrond vooruitzicht van dit toekomende, omtrent het tijdftip onzer indaaging volftrekt onzeker zijn, en wij, boven dien, niet kunnen hoopen, dat wij den grooten uitdeeler van goed en kwaad met de gewoone kunstgreepen der boosheid verbijsteren zullen. Men verwondere zich daarom niet, dat de menfchen; door alle eeuwen heen, hun uiterst best gedaan hebben, om de indrukken, welke deeze gedachte op hunnen geest maakte, en welken wel eens ondraagelijk worden konden, te verzachten.

Men heeft zich, ten dien einde, van twee zeer verfchillende middelen,, boven-al, bediend. Het eerste middel fchijnt een zeer gereed tegengif te bevatten , tegen alle zwaarmoedigheid en kommer, welke deeze gedachte bij veelen ligt verwekken konde; het ftrookt wonder

wei

Sluiten