Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 146 )

eaderen, of om anderen te misleiden, of om hunnen 'daat te verhogen, op de eene of andere wijze , ook zeggen , dat zij ijverig, werkzaam , naarftig zijn. Gij ziet dus dat uw andwoord, uk den mond van een kleinen jongen, zo j list niet is; en dat, daar wij hier den grondflag onzer geheele verhandeling moeten leggen, dit in 't genuen deeze bepaling vordert: dat de Naarftigheid, gewoonlijk, eene goede, nutte, deugdzaame, werkzaamheid betekent, daar men, als men deezen en uien wil prijzen, zegt: die man is vlijtig;het is een oppasiend man, hij is altijd even naarftig, enz.

Laat mij u dus doen opmerken, dat de Naarftigheid , waar van wij handelen zullen, zo wel eene deugd als een pligt genoemd kan worden. Immers is de betrachting van onzen pligt deugd , en als wij met reden deugdzaam heeten, dan moeten wij onze pligten betrachten.

Maar nog, mijne Vrienden! hebben wij het rechte denkbeeld van de Naarftigheid niet , om 'er voords veilig op te bouwen. Ik zal u dit door eene befchrijving trachten te geeven; zie hier deaelve. De Naarftigheid is de deugd, waar door wij in ons tijdelijk beroep alles met lust, ijver , getrouwheid en orde verrichten , ter bevordering van onzen voorfpoed en van ons geluk, en van het welzijn onzer huisgenooten. Dit, zegt pij, is duidelijk: maar echter ben ik met deeze befchrijving zelve niet te vrede . om dat ze niet alles bévat wat ze behelzen moet,om ren grondflag te kunnen zijn van de geheele vraag der Maatfchappij. Laat het u niet

ver-

Sluiten