Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C «5* )

veel ligchaams-krachten en ftcrke geestvermogens niet hebben , kunnen, al zijn ze nog zo ijverig , zo vee! niet uitvoeren; zij moeten zich dus tot eene mindere taak bepaalen. 'Kr. zijn ook, die, hoe werkdadig ook , met infpanning van alle hunne krachten nog veel minder kunnen doen. Dan deeze natuurlijke gelteldheid der menfchen, die altijd zo geweest is,en blijven zal, raakt den waaren aart der Naarftigheid niet, maar veel eer de keuze van ftand en beroep, waartoe elks vermogens en krachten bereikend zijn. Ik maak dus deeze aanmerking niet,om inbreuk op de verpligte nijverheid te maaken; integendeel. Hij , die wegens zijne natuurlijke gelteldheid minst gefebikt is, zou eenen anderen , die vaardig en onvermoeid kan werken , in Naarftigheid kunnen overtreffen, 't Is een doorgaande regel: men moet niemand iets vergen dat niet in zijn vermogen is. Elk die naarftig wil zijn moet zijne eigene krachten leeren kennen, — die met oordeel gebruiken, — nimmer misbruiken. Misfchien zegt gij: dit verftaa ik niet rechr,en wensch eenige opheldering. Ik zal die trachten te geeven. Mijn buurman jan is een braaf mensch, en een (terk man, hij verdient , in nadruk, den naam van eenen ijverigen : maar tot zijn ongeluk is hij al te driftig. Hij loopt en draaft, zwoegt en zweet, om het welzijn zijner huishouding te vermeerderen, maar zijn ijver is onmaatig,en hij neemt zijne gezondheid te weinig in acht. In den Jaatlten heeten zomer heeft hij zich eene ziekte op den hals gehaald, door geene andere Oorzaak dan door overdreven naarftig te zijn. Mijn buurman jakob is een zwak 'en tenger

mensch

Sluiten