Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *83)

Ik zou, mijne vrienden! op^delvraage:wanneer is eene Maatfchappij welgefieli ? genegen zijn te. andwoorden: dan als elk lid derzelve zijnen pligt betracht; of met anderewoorden: dan, als ieder in zijnen ftand en kring werkzaam is ten zijnen eigen nutte en teu nutte van het algemeen. Eene welgeftelde Maatfchappij kan en moet geene leden onder zich hebben die tegen het algemeen belang werken, noch lediggangers of verteerers der vrugten van anderer vlijt. Ieder werkelooze is een onwaardig lid eener welgeftelde Maatfchappij, van den rijkften af tot den armften toe. Eene welgeordende Maatfchappij , van befcbaafde menfchen , beftaat als een gezond menschhjk ligchaam, waar aan aanzienlijke, min-aanzienHjke, fterke en zwakke leden zijn, die het geheel uittnaaken. Zal nu het ganfche ligchaam welvaaren , dan moeten de min aanzien lijke en zwakke leden ook welgedeld zijn. Allen de leden, toch, hebben eene natuurlijke verbintenis met, en daar door invloed op, elkanderen , zo dat als een lid gebrek of fmart heeft, alle de leden daar door lijden. Deeze gelijkenis laat zich, mijns oordeels, gemakkelijk verftaan. Als de regent, of de regenten

1 eener

vanhaMelsveld: de zedelijke toejïand der Nederlcmdfche Natie, op '« einde der agttiende eewv; voords in de fraaie Brieven, over de Vereenigde Nederlanden, van j. grabner en in g. forster, ifte reizen, 4de Deel. Ik voege 'er nog bij, de keurige Verhandeling over de Na.tionaa.le Industrie, te vinden in de Bijdragen tot het menfchelijk geluk, 2de Deel 4de Stuk.

M 4

Sluiten