Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 214 )

Niets is zo betaame'ijk, dan dat behoeftigen voor de kost werken , en alle hunne vermogens en krachten infpannen om zich van dc viugten hunnes eigenen vlijts te g^-neeren. Zo verachtlijk als het is, zonder de hoogde noodzaak, gebe eld, of gegeeven, brood te eeten, zo roemwaardig is het te werken, en zijn eigen broud ie nuttigen.

Laat mij nu her laakbaare , lastige,—.'tfchadelijke en verderflijke der luiheid tevens fchetlen , daar ik ook dit als een middel aanzie , om de Naardigheid te vermeerderen.

Wie had immer achting voor eenen luiaart en ledigganger?

Wie, die deeze naamen verdient, vond zich immer gelukkig op aarde?

De luiaart, toch , verveelt zich zeiven; hij is buiten zijn element; bij gevoelt het zelve,dat het onnatuurlijk is zijn t'jd te vergeeuwen, te vèrgaapen, en zich zeiven tot een last te zijn. Hoe beléfl josla:ig is zijne ziel., daar hij, vaak, geene middelen weet uit te denken, om den onichatbaaren, den onherroeplijken, — tijd te dooden, te vermoorden? En welken zijn de ge, noegens , die bij begeert ? Zich door ledigheid werkloosheid, fluimeren en flanpen , te-vredenheid en geluk te verfchaffenj en deezen vin t hij daar in nimmer , om dat ze 'er met geene mogelijkheid in te vinden zijn. De wijste Koning heeft de Luiaart, ten fpiegel der volgende gedachten, in eigenaarrige Spreuken geteekend die ook voor onzen tijd van nut zijn. De Luiaart verbergt zijne hand, in den boezem, hij zalze niet -weder aan zijnen mond brengen. De Luiaart zegt; daar is een leeuw

bui-

Sluiten