Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

é AAN MYNEN GEEST:

Onleesbre proeven gaf van recht erbarmlyk dichten; En 't grappige ftak dóór ook als ik dacht te plichten : 'k Zong menig herders lied; wel, 'k had myn tierig vee, Spyt iemand in de buurt: ik zong van liefde en vreê , Van fluit, van roozenhoed, van duizend mooiezaaken: Gy Geest, gy zette my aan 't droomig verzen maaken, Toen 't my, 't blyv1 tusfchen ons, veel beter had geftaan Dat ik met myne pop, als 't fchoolwerk was gedaan, In 't woelig kinderfpel verheugd had deel genomen: Waarom wist fpeelzucht u niet beter in te toornen ? Ligt' had gy me in 't vervolg zo niet geplaagd, myn Geest: Wat konde ik zonder u gelukkig zyn geweest!

Het lachte me alles aan in 't lieve kinderleven.; En heb ik menigmaal wat kattekwaads bedreeven, 'k Werd juift niet hard beftraft: het heugt my nog, ik was, Myn fpeelgenootjes! by u allen in de kas. Goed geefs; (leeds wel te vreên; afkeerig van 'tkrakeelen, Mogt ik in all' myns Broêrs en Zulters gunften deelen. Hoe heeft die fchrandre vrouw, myn Moeder, my bemind!

Myn

Sluiten