Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 AAN MYNEN GEEST:

Of gy dat fchoone werk van achtten kent totvooren,

Zo gy, naar 't geen boileau beveelt, tog niet wilt hooren?

Dit is 't niet al, myn Geest! 'er is oneindig meer Ten uwen laste, en't lust my thans,op ééne keer, U alles, wat me als lood op 't hart ligt, te doen weeten.

Wel nu, gy hebt dan op deez wys uw tyd verfleeten ? Gy maakt dan verzen by douzynen; is 't niet waar? Maar waarom houdt ge u niet by onderwerpen,daar Zo menig puikpoëet zyn grootfte werk van maakte? Waar door 'er menig een nog aan een ampt geraakte ? Maak Bruiloftszangen, maak Lykverzen , of behaagt V 't Lof- en Jaar-dicht meer? zo gy my flechts niet waagt, Volg dan uwzinlykheid, ik heb 'er gantfch niet tegen : Wie weet, myn Geest, waar ons fortuin nog is gelegen ? Wie weet hoe juist dit werkje uw tour d'esprit geleek! Maar 'k ploeg het barre ftrand als ik tot u dus fpreek: De gantfche wereld moog verjaaren, fterven, trouwen; U zal men noch by 't graf, noch aan den disch befchouwen:

De

Sluiten