Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEKELDICHT. 35

, Als hy den teugel viert aan heerschzucht, wrok en haat, I En niet flechts raaft en woedt op alle Proteftanten , i Maar trotsch beledigt, ook die braave Predikanten,

Die zyne oproerigheid verfoeien , hoe oprecht, I Door overtuiging, aan de Dordfche Leer gehecht.

Dit alles weet gy, en gy gaat my echter waagen! 'k Moet des, myn Geest! ook hier my over u beklaagen. Wat gaf uw ronde taal my menigmaal verdriet!

1 Daarin zongt ge onlangs nog: 't was voor den Godsdienst niet; 't Was voor de Vrykeid, dat uw braave Vadren fireeden , Toen Koning flip 's Lands recht en wetten dorst vertreeden : Dit, dit ontftak in hun dien gadeloozen moed: yt Was voor de Vryheid, dat hun kostljk heldenbloed, Ten dienst, van H Vaderland, blymoedig werd vergooten: Gy noemde 't muitend graauw, de fpeelpop van de Grooten: Gy fpraakt: zo deed, zo dacht Prins wi llem, u zo waard'; Zo heeft hy op dit ftuk zig duidehk verklaard ; Standvajlig weigerend Vervolging in te haaien ;

' modets gefchreemv getroost, gëtroost d&thekvs fmaalen.

C 2 Be.

Sluiten