Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44 AAN MYNEN GEEST:

Maar 'k heb 't gemeen met elk die vrede en ruft verdedigt; Ik noem Hechts ven,ma, conradj, holl£beeki' WaaiVan ik nooit dan met den diepften eerbied fpreek: Myn waarde Geeft! ik fchrik voor zulke bitterheden; Zyn ftoutheid gaat te ver, en wordt nogthans geleden; 't Heet ook ai, vlaken voor de Kerk en de oude Leer : Hy is Rechtzinnig; aiïs genoeg; men eischt niet meer.

'k Moet alles afdoen nu wy openhartig fpreeken. Geduurig valt gy op de geklyke gebreken Her Petits Maitres; maar wat gaat dit u toch aan ? Ik bid, wat hebben ons die fchepzels ooit misdaan ? 99 Maar' zy mishaagcn my;" wie vergt dat ze u behaagen? Een Petit Maitre dient u waarlyk wel te vraagen , Hoe hy zig kleeden moet, en of gy 't ook verkieft , Dathy gepelsd, en Chapeau bas (*) loopt, als 't knap vrieft, En hy, hier buiten, my een compliment komt maaken? Ik bid, wat moeit gy u toch met eens anders zaaken?

Gy

(*) Met den hoed af,

Sluiten