Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82 DE ONVERWACHTE HINDERPAAL.

Van hem die ons bemint, ó dan kan lof verrukken;

Dan heeft het hart wat het verlangt, En fmaakt genoegens, door geen woorden uittedrukken ;

Dan, ach! dan ftel ik roem op prys.

HENDRIK.

Wat dat belangt, elk vrydt op zyne wys:

Voor my ik haat dat lastig teemen ;

Dat moet my niemand kwalyk neemen: Eéns zeg ik : „ 'k heb u lief," en dan is 't afgedaan;

'k Begin nooit weêr van vooren aan:

Foei, 'k walg van dat zoetzapig vryen;

Hoe geklyk zyn deez talmeryen : Gy weet dat ik van liefde kwyn!

„ 'k Bemin u als myn eigen leven! „ Wac zyt gy fchoon! ach koft gymy het jawoord geeven.'

„ Zal ik nooit zo gelukkig zyn"? Daar hy ecu antwoord krygt, zo als hy honderd keeren,

Van zyn beminlyk mekje kreeg:

Hy fnapt van liefde, en 't hart is leeg:

De drift lthynt daaglyks te vermeêren,

Ter.

Sluiten