Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L W E 11 K. 1*3

„, Gy zyt ook al een hupfche kwant, „ Om u zo aan te Hellen!

Bedroogt gy niet Papa en Broêr „ Met uwe geiteuvellen ?

„ Loop voorden duivel! lieve tyd, , Wat moet een roensch al hooien!"

De vriend droop af; en zy al weêr Aan 't kloppen als te vooren.

, Hei! hoort 'er niemand?" juist kwam Lot: „ Potstauzend fiapprementen 1"

Graauwt hy haar toe: „ Te rug! wat gaaiiw! „ Nooit komt ge in 'sHemels tenten."

Jy ook? wel oudelikkebroêr! „ Had jy maarftil gezweegen:

„ Hoe hebt gy, zeg my dit toch eens, . „ Daar binnen plaats gekreegen?

s, Een

Sluiten