Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELWERK. 125

„ Zo fier gclyk een Pinxterbloem! „ Verfierd met gaas en kantjes!

„ Zo fraai gekapt, en Hérisfon ! „ Met zulke witte handjes!"

Het meisje werd nu bleek,dan rood; Zag voor zig,heel verlegen;

Maar David kwim nog net van pas, En floeg op zynen degen:

„ Jou weêrgaês wyf! zeg, wil je gaan? „ Je zult 'er tog niet binnen/' —

„ Was ik Urias vrouwtje, vriend, „ Gy zoudt wel fyner fpinnen.

„ Het was jandorie erger ftuk „ Met Èatfeba te kooijen;

„ En , over hals en kop , haar' man

„ De wereld uit te gooijen:

» Hy

Sluiten