Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï4ö MENGEL W E R K.

Myn levenszon door 't zuiden gaat; Het vuur der vinding is verdoofd.

„ Kom, lieve ! breekt gy dan uw hoofd

„ Nu nog met die vuilaartighecn?

,, Kom, denk, het is zo lang geJeên."

C^o zegt gy; ) „ Noem my eens dén' vriend,

„ Indien hy dezen naam verdient,

„ Die u in dezen ftorm verliet;

„ Wel meisjemaat! is 't anders niet?

„ Hebt gy vervolgzucht tol betaald,

Die fchade is ruim weêr opgehaald : „ Men leest uw fchriften met veel fmaak. „ Dat Fynbaard vry zyn hoogst vermaak ,> In u te hoonen ftell', daar wy Verliefd zyn op uw boertery: „ Een Dichteres"... Ga dus niet voord, 'k Wil in dien trant geen enkel woord: Gy weet wel wat myn Wysgeer zeid ? ,> 't Is alles, alles ydelheid,"

De

Sluiten