Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELWERK. 205

Dan de Vriendfchap, waaraan ik 't Zoetst genoegen van myn leven

Zo ten hoogften ben verpligt ? •

Als de roemzieke Eigenliefde ,

Zy die altoos meer begeert, Hoe veel wierooks haar gezwaaid wordt,

Door de looze Vleiery ; Als die altoos onbedachte ,

Had gefproken voor uw zaak; 'k Had haar opgepronktfce rede Onverfchillig aangehoord; 'k Zweeg, verniids ik haare woorden

Niet weêrleggens waardig vond ; Maar de Vriendfchap oordeelt gunftig:

„ 'kLaak,"dusfpreektzy,„'toogmerkniet.,'

Dat, ge in zulk een fraaie landftreek, Als 't bekoorlyk Velzer-oord, Uwen zangluim voelt herleeven, Geeft my geen verwondering;

' Dat

Sluiten