Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor KeT Vaderlans. FS

6 Dat paardje is mak en Roedl

Maar wiens is dat bruintjen? ja, 't is buurman jan hoe zoe|

Bouwt die man zijn tuintjcn ! Lieve kleenen ! valt ge in flaap ?

Hoor eens ftraks komt vader, »—«

Waar is 't paard ? ... hoe doet het fchaap ? .,.

Zie eens — 't paard komt nader.

Straks gaat köbus naar zijn wieg;

Slaap hier niet ■ mijn boutjen!

Och ! daar lacht hij om een vlieg; ...

Daar — ijicel met dat touwtjcru Hoe bctovrcnd is zijn lach i

Liefling van ons leven l Xeg zou 'k u niet, eiken dag^

Duizend kusjens geven? ..,

Fa *k Zie

Sluiten