Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

425 liederen

Ja, arbeid wekt den lust tot ccteu;

De brij is gaar, de disch gereed. Ik zie mijn bloozend l ij s j e n zweeten,

„Kom, (zegtze) geefmij'tklein — en eet." De jonge kruit en lacht en fpartelt,

Ik leg hein zacht op moeders fchoot, Waar hij, zo dikwijls inoêgedarteld,

Zijn vriendlijk-tintlende oogjens floot.

Dan zit ik naast mijn zorgend Vrouwtjen,

Wij eeten nog bij 't fchemcriicht; lk fluit (leek op de klink een houtjen ;

'fc Ben aan mijn' fchat geen (lot verpligtj Mijn fchat? ... ó ja! 'k heb waarlijk fchatten.

Maai 't is geen goud, dat dieven lokt; Wie kan mijn rust — mijn heil bevatten?

Mijn hcop wordt door geen' angst gcfchokt.

Mijn

Sluiten