Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR HET VADERLAND, 143

DE WELDENKENDE MINNAAR.

Wijze: b Zielverrukkende avondftond!

G een weidfche pracht verrukt mijn ziel,

■Geen rijkdom vleit mijn oog; Mijn roos jen! die door deugd beviel —•

Ons hart ftcmt even hoog.

De tijke milkas boodt zijn' fchat,

Al vleiend voor uw hand; Maar 't hart, dat ik voorlang bezat,

Bleef aan mijn iniu verpand.

Neen, roosjén! neen, geen blinkend ftof

Teelt waare zaligheid; 't Geluk woont aan geen vorstlijk hof,

Waar fchijn de zinnen vleit.

De

Sluiten