Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 57 )

juris patronatus fficfflf, opdat in het inkomen der Predikanten niet mogt te kort komen , en opdat de Leeraars voor alle anderen betaald zouden kunnen worden , gaven de Staten in 15S0. auclorifatie aan den Rentmeefter der Geeftelyke goederen, om daar toe penningen ter fomtrte van twee of drie duizend guldens te negotieeren. O)

Doch mooglyk zegt iemand: dat men by de eerfte inrichting van ons Gemeenebest, zekere fommen uit de Geeftelyke goederen , aan de Gereformeerde Leeraars had töegeftaan , zoude men hebben kunnen billyk noemen, maar dat men hen vzo veel gegeven, en het aan anderen ontnomen heeft, kan nimmer verdedigd worden.' Maar, deze bedenking is zonder eenige kragt, want:

Vooreerst, de bezoldingen der Gereformeerde Pre* dikanten zyn zo gering, dat indien zy geene andera middelen van beftaan hebben, hunne levenswyze , vooral indien zy gehuüwd zyn, en Kinderen hebben, zeer fober wezen tooet: hier van , dat reeds in 't jaar 1583. eene Refolutie genomen is , om hunne Traftemcnten te verhoogen, 't geen naderhand meerr maal herhaald is, en nogtha'ns zyn die bezoldingen tot heden toe, niet opulent geworden. Ten anderen , aan niemand is iets ontnomen , het geen hy niet zonder fchade misichen konde; want dat voor het noodig onderhoud der Pvoomschgezinde Geeftelyken van beide Sexen, in de tyden gezorgd is, blykt uit

het

(<») l)e Bonis Ecclef. tom. 8 pag. 458.

Sluiten