Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der VROUWEN. 25

toonden. Van verre af hebben deeze voorwerpen eene wonderfchoone gedaante: maar het Paradijs des Huwelijks, met duizend gouden bloemen bezaaijd, begint langzamerhand doornen en distelen voort te bren-en; hoe warm ook nog de harten voor elkander kloppen mogen. Maar ook deeze liefdevlammen verdwijnen langzamerhand, te midden van het genot der liefde zelve, en zijn dikwils niet meer voorhanden, wanneer wij die nog meenen te gevoelen. De hartstochtelijke behoefte, als de grond van alle liefde der geflachten tot elkander, kan zelfs haare eigene ' arenspaalen niette buiten gaan, gefteld zelfs, dat men fteeds nieuwe middelen tot derzelver genieting konde uitvinden. Wanneer de Natuur haar werk verrigt heeft, roept zij de herinnering daar van zelfs terug, en fchrijft ons rust, of andere plichten voor, op dat wij niet te dierlijk worden zouden. Zij geneest ons dus van haar misbruik door dezelfde middelen, waar door zij ons te vooren gewond had; en zij doet zulks, op dat wij haar fchoone Werk , — ons zeiven, — niet te vroeg, en teonbedagtzaam, zouden moogenvernielen. Daarenboven vermeerderen ook bij getrouwde Mannen, uit hoofde van beroep en plicht, de arbeidzaamheden om het brood te winnen, en de betrekkingen buiten af, van tijd tot tijd zoo zeer, dat zij den kostbaaren tijd niet meer aan de nietigheden en luimen der liefde alleen toewijden kunnen, wanneer zij geene zeer rijke Mannen zijn. De mannelijke deftigheid keert, wanneer de eerfte weken van het huwelijk voor bij zijn, weder te rug, offchoon ook de jonge Vrouw daar mede niet al te wel in haar fchik mogt zijn. De dronkenfchap der liefde fchijnt zig met den echtenftaat niet wel te verdragen, dewijl zij haare grootfte en

laat-

Sluiten