Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oêr VROUW ÉN.

47

gen, gedachten en handelingen, als mede doof den gantfchen toon van haare item en haaren fmaak, het voorkomen geven wil, als of haar hart voor groote en innerlijke bewegingen, voor een fijn en week zedelijk gevoel, en voor eene zeer prikkelbaare warmte van het zelve, vatbaar ware. Wij zien deeze zoort van Vrouwen zelden in eenen natuurlijken toeftand. Haare gevoeligheden gaan oogenblikkelijk tot verrukkingen , of tot eene diepe treurigheid over. Zij willen altijd meer, dan anderen gevoeld, — meer, dan anderen geleden, — meer, dan anderen, genoten hebben. Wie zig niet in deezen opgetogen ftaat van verbeelding verplaatfen kan, is in haare oogen een koud, zielloos wezen , het welk haare verachting verdient, en aan het ernftig en droog verftand, boven de verbeelding en de kragt van het fchoon gevoel , den voorrang durft geven. De weereld is dus ook voor deeze Vrouwen zelden zoo ingericht, als zij dezelve wel verlangden te hebben. In deeze weereld behoorden geene zedelijke wanftaltigheden, geene onftuimige veranderingen, geen opklimmen en vallen van groote ontwerpen, geene diepe onderzoekingen en navorfchingen, kortom niets, gevonden te worden , wat niet met teederheid en liefde, niet met fchoone Sympathien, en uitboezemingenvan het hart, in het naauwfte verband gebragt kan worden. Alle Mannen moesten eikanderen als broeders, alle Vrouwen als zusters beminnen. De menfchelijkeMaatfchap» pij moest Hechts éénengemeenen geest, die vooreen ander , en door een ander leeft, uitmaaken, waarin nooit een verfchil, nooit een misverftand, gehoord moest worden. De gouden eeuw der eendracht is het fchoone beeld, waar mede haare gevoeligheid onophou-

dent-

Sluiten