Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 CHAPvACTER- SCHETS

, innerlijk beminnen konde , zal eenen tweeden, " wanneer de ftormen der droefgeestigheid voorbij " zijn, evenvuurig en innerlijk kunnen beminnen; " en duizend jonge Weduwen hebben reeds bij de doodkist haarer Mannen wezentlijke veroveringen^ gemaakt. Na verloop van eenigen tijd wil over 't algemeen de ledigheid van het vrouwelijk hart weder opgevuld worden. Met het affterven van den Echtgenoot zijn de driften van het bloed niet afgeftorven. De zoo naauwe , zoo innerlijke omgang met eenen Man is der teedere Vrouw tot eene gewoonte, tot eene behoefte geworden, en men weet, hoe veel de cewoonte en behoefte op het menfchelijk hart vermag. Het beeld van den overledenen verliest langzamerhand zijn betooverend vermogen, offchoon het ook nog aan den boezem der Vrouwe, of boven haare fchrijftafel hangt; dcszelfs indruk wordt door een ander, dat levendiger is, verdrongen en verduisterd, en het is niet meer dan een cieraad in de kamer,' het zegeteeken van eene voorige overwinning, het welk tot het beproeven van eene tweede uitlokt. Waarom zoude de jonge, vuurige Vrouw flechts eenmaal bemind hebben ? Heeft haar de Natuur dat fchoone lichaams geftel, dien aanleg van geest en hart, deeze betooverende fpraak , dit aanlokkelijk oog ,'flechts voor eenen enkelen Man gegeven ? Moeten deeze beminnenswaardige bevalligheden , dit fchoone hart, vervolgens voor altijd zonder genieting blijven? Dit moet en behoort niet tc zijn! Dit ware een opftand tegen de Natuur en tegen de rechten der menschheid, en vooral tegen die Mannen, die hunne aanfpraak op de vrouwelijke fchoonheid en jeugd nooit zullen opgeven, en nooit opgeven moeten.

Mis»

Sluiten