Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der VROUWEN. 87

Romans te klagen, en daar over uit te varen. Zij zouden zeer te onvreden zijn, wanneer haar onze Ridderlijke tochten, en die der Toover-Godin- ' nen, onze naar den fmaak van het toneel veranderde gefchiedverhalen , onze Romans uit de boven- en beneden -weereld , onze geestige en liefdes -gefchiedenisfen, — cn welken naam deeze kinderen van eenen bedorven fmaak verder dragen mogen — onthouden werden. De zaak is zeer natuurlijk. De Vrouwen vinden in Romans , zelfs inde ellendigfte en geestlooste , bijna altijd iets, het geen zij vlijtig zoeken. De Vrouw, die zeer tot Liefde geneigd is , ziet haar eigen hart, haar teeder gevoel, en dat van haaren beminden zeiven, in de Romans afgefchetst. Hier ligt eene weereld voor haare oogen, zoo als zij die fteeds verlangt. Evenals de verliefden in geluk en rampfpoed, in hoop en vertwijfeling, aldaar denken en handelen, zoo denkt en handelt zij zelve, of zoude het ten minften in gelijke omftandigheden doen. Aldaar leert zij de waare grondregelen kennen , hoe men een mannelijk hart ketenen, of bedriegen moet, aldaar vertoont zig aan haar het leven in een bevalligen rozen-krans, of ook in eene middernacht, die op eenmaal door den fchoonen huwelijks-ogtend vervangen wordt, en eene gouden eeuw ten gevolge heeft; aldaar ontwikkelen zig de verwardfte knoopen van het noodlot, dikwils geheel buiten verwagting, met eene betooverende fnelheid; aldaar fmelten twee elkander minnende zielen tot één eenige te zamen, al wilden zig ook alle machten der aarde daar tegen fteilen. — Eene andere Vrouw, die door eerzucht, en wraak bezield wordt, zoekt en vindt in de denkbeeldige weereld der Romans een ander voedzel. Zij ziet aldaar den Man, F 4 die

Sluiten