Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93 CHARACTER - SCHETS

der vrouwelijke ziel gegronde aanmerking, dat zij zig met eene onbefchrijfljjke gemakkelijkheid, en met een grooter vertrouwen, dan wij Mannen in ons waarnemen , zekere denkbeelden van volkomenheid ontwerpt, en zig de zoodanigen, als iets wezentlijks en voortduurends, tracht te vertegenwoordigen, — hoe ingebeeld en overdreven dezelve zomtijds ook zijn mogen. Hier in ligt een niet onduidelijk bewijs van de bijzondere zwakheid van het beöordeelingsvermogen bij de Vrouwen ; offchoon het zelve , met opzicht tot andere voorwerpen, inzonderheid wat de voorzigtigheid in het leven betreft, wederom fijner en fcherper, dan het onze, zijn kan.

Het fchoone beeld, dat zig de Vrouwen in eene gevoelige luim van de waardije en grootheid van een zedelijk voorwerp, bij voorbeeld, van de volkomenheid van vriendfehap, van liefde, van heiligheid, van onfchuld, van deugd, enz. gevormd hebben, fchijnt haar in de daad voor eenigen tijd te bedwelmen, en de berekening te verhinderen , waar door zij den afftand van het denkbeeldige van de wezenlijkheid zoo gemakkelijk kunnen afmeten. Dit alles is, — om mij zoo eens uit te drukken, — een dronkenfehap van haare levendige verbeelding, die met de grootere befchaving van den geest der Vrouwen eer fchijnt toe -, dan af te nemen. Maar deeze trek tot het denkbeeldige moet noodzakelijker-wijze bevorderd worden door Gefchriften, die geene wezentlijke, maar alleen eene toover-weereld fchilderen, evenwel zoo, als of zij eenmaal wezentlijk zoodanig worden konde. De graad van onderfcheid tusfehen het wezentlijke en niet wezentlijke, tusfehen waarfchijnlijkheid en waarheid, gaat gewoonlijk de vrouwelijke verbeeldings-kragt in zeer veele gevallen, zoo als ook hier, teboven. Al wat

ge*

Sluiten