Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dér. VROUWE Né 9?

levenlooze fpeelpoppen der Meisjens worden wel dra weggeworpen , en levendige in haare plaatsN gefield. Zij fchijnen als te voorzeggen , dat haar leven zonder Mannen flechts een half leven, haar aanzijn zonder liefde en genieting, flechts een half aanzijn wezen zoude. Zij befchouwen ons, — zekerlijk zeer dikwils iets te fchielijk, als haaren Verlosfer en Redder , Wanneer haar bij deeze of geene gelegenheid het vaderlijke huis te benaauwd mogt worden. Dit vooruitzigt eener grootere vrijheid, de ftille vreugde over het reeds gedroomde geluk der liefde en des huwelijks , het betooverend denkbeeld van het bezit van een mannelijk hart, beftiert in de daad bijna alle handelingen van het hüwbaare meisjen, hoe onfchuldig zij ook anders zijn moge. Haare denkbeelden bewegen zig, middelijk of onmiddelijk, rondom het fchoone beeld der mannelijke liefde. Dit is met onuitwisbaare letteren in haare ziel gelegd. Deszelfs invloed op de algemeene denkwijze der Vrouwe, is allezints zichtbaar. Bijna alles , wat zij in vrije uuren der jeugd, en met eene onaf hanglijke willekeurigheid verrichten kan, zal eene, misfchien ons zeiven tot hier toe ontfhapte, maar echter onlochenbaare, betrekking op de Mannen hebben. Dit is geene trotfche inbeelding van onze zijde, het is de wil der Natuur, die tot onderhouding der beide geflachten van den grootflen invloed is. — Zelfs de bitsheid en fpijtigheid van het Meisjen, — al is die ook in 't geheel niet gemaakt, zal de Mannen flechts te fterker aanprikkelen, en tot den aanval moediger maaken. Natuur en kunst vereenigen zig tot dit einde, het zij de liefde der Vrouwe, naar waarheid of niet, hartelijk of enkel voorgewend zij. Spijtigheid is doorgaans II. Deel. G tl-

Sluiten