Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oer v r o u W e n. 145

té doen verkrijgen, en, door het prikkelen en te vrede fteilen van zijne verbeelding, zijn verftand om den tuirt te leiden. De zinlijke Man laat zig in dit ftuk, hoe helder zijne oogen ook anders wezen mogen , — even gemakkelijk als de onnoozele dwaas» — bedriegen, en zijne doorflepenè Vrouw kan hem zomwijlen gevoeglijk als zulk eenen befchouwen, dewijl de duizeling zijner zinnen hem zelfs verwijfd maakt, en zijn nadenken , en wantrouwen omtrent de vrije levensmanier zijner Gemalin verzwakt. Hij gelooft een hart alleen te bezitten, het welk met eene zoo teedere hevigheid voor hem klopt, en bemerkt niet, dat deeze teedere hevigheid alleen het uitwerkzel van een geleend en nagebootst gevoel, en geenzints de taal van het hart zelve is. Hij bedenkt niet, dat eene Coquet* te Vrouw met de liefde omgaat, even als men met koopwaaren handelt, en met haare betooningen van liefde eene zoort van handel drijft, offchoon zij deeze teedere hartstocht zelfs niet kent. Hij bedenkt niet, dat de Coquetterie zonder veinzerije in 't geheel niet beftaan kan, dat zij met het genot van één eenigen Man nooit zal te vreden zijn, en dat 'er haar meer aart gelegen ligt, om de driften der Mannen te prikkelen, dan te bevredigen. Niet zelden overkoomt aan deeze wellustigen eene openbaare wedervergelding. Zij hebben voor hun huwelijk zoo veele onfchuldige Meisjens bedrogen, zoo veele brave Mannen door het verleiden hunner Vrouwen ontrust, in zoo veele gelukkige huwelijken tweefpalt verwekt, dat men hen nu niet beklaagen zal 5 wanneer zij door hunne eigene Vrouwen bedrogen worden. Zij hadden met valschheid gehandeld, en worden met valschheid — beloond.

Is hij een gierige vrek , zoo zal zijne Coquette 11. Deel. K Vrou\y

Sluiten