Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der.* VROUWEN. 155

morgen , misfchien tegen onzen wil, — bedrogen zullen hebben, wanneer zijne jonge Vrouw zulks maar wilde. De hoogachting en liefde jegens onze vrienden is eene rustiger en ftiller gemoeds-geftalte, dan de liefde jegens hunne verleidende Gemalinnen. Wanneer onze vrienden het met ons, en met zig zeiven wel meenen, zullen zij niet dikwils jonge Mannen in hun huis zien, zoo dra zij niet van de deugd hunner Coquette Vrouwen overtuigd zijn. En hoe zullen zij dat kunnen zijn? — zullen zij den moed hunner Vrouwen, en van derzelver aanbidderen niet aanwakkeren, wanneer zij die aanbidderen niet ontbeeren, en hunne Vrouwen zelf niet genoeg aan zig verbinden kunnen?

De verfchoonlijkfte zoort der Coquetterie, wanneer men 'er geen edeler naam aan geven wil, is zekerlijk die geene, waar door eene jonge Vrouw haaren Man behaagen, en als aan hem, zonder zijne liefde verloren te hebben , dagelijks eene nieuwe verovering maaken wil. Dit fluit zoo weinig tegenftrijdigs in zb, dat 'er niet alleen zeer veele verftandige Vrouwen zijn, die deeze onfchuldige en geoorloofde zucht om te behaagen met haare Mannen uitoeffenen, maar dat ook veele Mannen zulks zelfs van hunne jonge Vrouwen verlangen. Deeze Coquetterie is tevens de beminnenswaardigfte, dewijl zij van de liefde zelve voortkoomt, en niet alleen bewondering en goedkeuring, maar ook teederheid, warmte en liefde in den Echtgenoot verwekken wil. Maar even daarom, dat zij zig zelve voor niets anders, dan voor een kind der liefde houdt, dat haare konstgrepen, om te behaagen, niet doorliepen en verwerpelijk, maar flechts natuurlijke grondbeginzelen der

vrou*

Sluiten