Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bek. VROUWEN. 159

van den geest gepaard gaat, bewondering en verftomming zal veroorzaaken; maar misfchien zal het haar dan nog bezwaarlijk worden, om onze harten geheel te overmeesteren. Maare hoogmoed zal haar te rug houden , om ons op de helft van den weg te gemoet te treden; zij zal ons op eenen te verren afftand uitda» gen, en aan ons even daar door, eer zij het gelooft, lastig worden. Zij zal, door de konst, en door haar verftand zeiven verleid, altijd dieper zinken, maar ook even daar door een des te grooter vak tusfehen haar en ons hart veroorzaken. Zij zelve zal ons van de twijffeling weder geneezen, waar in zij ons t' eeni* ger tijd zoude kunnen doen nederftorten.

De verleidende en gevaarlijke Coquetterie der konst,— de — fchaamtelooze eigenliefde der Vrouwe is het, waartegen het edeler zoort der Vrouwen reeds zoo dikwils haare ftemme verheven heeft. Deeze taal doet haar eere aan, dewijl zij alleen de taal der deugd kan zijn, en zig van de taal der afgunst, die zig misfchien onder dergelijke onderzoekingen mengen konde, zeer gemakkelijk laat onderfcheiden. „Het „ is eene waarheid, fchreef mij kortlings eene ver„ ftandige en deugdzaame Duitfche Vrouw, die ge„ legenheid had om de menfchen in de groote en „ kleine weereld gade te Haan, — het is eene waar„ heid, dat geen gebrek der Vrouwen meerder tuch„ tiging verdient, dan Coquetterie. Zij is het ge„ vaarlijkst lokaas, waar mede het arglistig Wijf den „ braaven Man des te gemakkelijker in haare ftrikken ,, doet vervallen, dewijl hij deeze vrouwelijke zwak„ heid niet alleen fchijnt te billijken, maar zelfs niet „ zelden te bevorderen. Zommigen onzer Schrijve3, ren zelfs hebben aan de Coquetterie zulk een beval-

» lig

Sluiten