Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112 DE VRUCHTEN DER VERSCHYNING

middelen, waardoor een ftrafbaar fchepfcl de genade van zynen Schepper en Richter weder verwerven, en een door zonde verzwakt en bedorven fchepfel weder goed en zalig kan worden ; onkundig in opzigt tot het lot, 't welk ons na den dood te wachten haat. Zo onkundig waren de Heidenen, wien de Opgang uit de hoogte niet verfchenen was, zelfs hunne meeste wyzen niet uitgezonderd* Duisternis bedekte den aardbodem, en donkerheid de volken. Laat hunne kundigheid en doorzigt in andere zaaken nog zo menigvuldig en groot geweest zyn; hoe bepaald, hoe gebreklyk, hoe ontoereikende waren niet hunne begrippen van God, van den Godsdienst, van de verordening en de pligten Van den mensch, van de gronden onzer troost en onzer verwachting, ten aanzien van het tegenwoordige en het toekomende! Hoe algemeen en groot was niet de onkunde en de onzekerheid, en de daaruit voortvloeiende onverfchilligheid en zorgeloosheid, in welke zy in opzigt tot deeze hunne gcwigtigfte belangen leefden! — Maar nu het Christendom deeze duisternis onder ons verdreven heeft, nu zyn wy van alle deeze dingen onderrecht, en de ongeletterde kan zich zo wel als de geletterde, de geringfte des volks zo wel als zyn leidsman, duidelyke

juis-

Sluiten