Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lF6 JESUS CHRISTUS

jbüagc, al het fchynfchoone van eertytels en rangen zyn. Het Christendom leert ^hem alle menfchen als zyne gelyken, als broeders, en God als hunnen algemeenen Vader en Opperheer, en wysheid cn deugd als hun eenigst voorrecht befchouwen, en volgens dien maatftok , beoordeelt cn waardeert hy den armen cn den ryken, den regent cn zyne onderdaanen. Dit boezemt hem achting en liefde jegens allen in, maar vergunt geene plaats aan eene flaaffche vrees voor een eenigen onder hun in zyn hart. Dit beveelt hem alle goede menfehelyke fchikkingen en inftellingen eeren, opvolgen, en bevorderen ; maar veroorlooft hem niet, om zich aan de grilligheden en dc willekeurigheid van eenen anderen, die hem in alle wezenlyke dingen gelyk is, blindeling te onderwerpen. — De Christen is daarenboven vry van de heer, fchappy der menfchen in zaaken van het geloof .en den godsdienst. En welk' een juk is niet deeze geestelyke heerfchappy , myne Vrienden! Een juk, 't welk voor de invoering van het Christendom op Jooden en Heidenen ongemeen zwaar lag, en al het vrye , edele denken de mauwde paaien flelde! Een juk, 't welk nog tegenwoordig veele van de zulken, die Christe•Cen genoemd worden, hard drukt, doch 't welk

ech-

Sluiten