Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN JESUS CHRISTUS, ENZ. 207

ïyke fmert wegens den bedorvenen en ongelukkigcn toeftand zyner broederen naar het vleesch; die beftendige, onvermoeide pogingen om wel te doen; dat aanhoudend zien op God, zynen Vader; dat onwrikbaar ftreeven naar zyn doel; die zo veel bevattende, het tegenwoordige met het toekomende, de aarde met den hemel verbindende , wysheid en liefde; die verhevenheid en gerustheid van zynen geest; die edele gevoeligheid van zyn hart: — op hoe menigerhandd en heerlyke wyze moest niet dit alles in de trekken van zyn gelaat en in al zyn doen en houding ftaan uitgedrukt ! Welk eene afbeelding der hoogfte mcnfchelyke volmaaktheid, der grootfte gelykvormigheid, met God, moest dit hun niet vertoonen! — Met hoe veel overtuiging konden en moesten zy niet uitroepen: Ja, wy hebben zyne heerlykheid gezien, als de heerlykheid van den Eeniggeboorenen des Vaders, vol van genade en waarheid!- Ja, wy hebben geloofd en beleden, dat gy zyt de Christus, de Zoon des

levenden Gods. En wanneer zy nu hem,

dit model van volmaaktheid en goedheid, werken, handelen, zyne bedoelingen door daaden, zyne goddelyke kracht door wonderen zagen aan den dag leggen, welke groote heerlyke dingen zagen zy als dan niet! Hoe hy het land doortrok

en

Sluiten