Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUW3EG0NNENE JAAR, 2.8'ï

is een bewys van zyne hoogere, meer dan aardfche afkomst, en van het vermogen van zynen geest, die geheel verfcheiden is van het ligchaam, dat binnen de naauwe grenzen van rtümte en tydbepaald is. En gelukkig is de mensch ,• die dit edele, goddelyke verinogen zodanig gebruikt, dat hy 'er wysheid door leert, en tot de volmaaktheid nadert, waarvoor hy gefchikt is! De jongde jaarsverwisfeling, myne aandachtige Toehoorers ! is , gelyk ik gisteren reeds aanmerkte, eene zeer natuurelyke aanleiding en opwekking ter aanwending en oefening van dit vermogen van herdenken en vooruitzien. Wy gevoelen thans levendiger dan gewoonlyk, dat het tegenwoordige flechts een oogenblik is, doch 't welk echter met het voorledcne en met het toekomende op 't naauwst verbonden is, en door het eene cn het andere nu eens op deeze dan weder op eene andere wyze bepaald wordt. En hoe belangryk moeten daardoor de verfchillende afdeelingen onzes levens, even als het geheel , 't welk daaruit famengedeld is, voor ons niet worden! Welk eene dof tot nadenken moet ons dat niet gecven ! Welaan ! myne waarde Vrienden! laaten wy heden voortgaan, dit onderwerp op den zelfden voet te behandelen, gelyk wy gisteren begonnen hebben. Gistereri S 5 heb-

Sluiten