Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 TIM. L 13- 39

Kerke; wat onredelyks is hier in? men

overftroomc ons niet met een vloed van fpotternyen en fcheldnamen, maar, men brenge op dit ftuk betere bewyzen voort, als men tot nog toe deed, of, men late ons gerust!

Ik weet wel, men zal my bier de voorige

eeuw errinneren! maar eens geftelt (hec

geen onze tegenftrevers zoo fterk verzekeren) dat er toen veel verkeerds en willekeurigs had plaats gehad , dat doet dan niet tot de zaak ïn 't gemeen, die wy nu befchouwt hebben; dat was er dan veel eer eene afwyking van! maar, neemt het misbruik hier de geoorlofd-

heid van het gebruik weg? zyn er in 't

burgerlyke niet van tyd tot tyd, in onderfcheiden maatfehappyen, op eene geweldadige en onregtvaardige wyze veele wetten ingevoert? maar zal men daarom zeggen, dat de Overheid geen regt heeft om wetten op te leggen ? dat zou een zeer ongelukkige redeneertrant wezen !

c. Dan, hier komt nu in aanmerking,

in hoe verre zulk een ingevoerde geloofsregel de gemoederen verbind? om de zaak

rondelyk en met korte woorden af te doen: wy zyn geenszins in onze Kerke van meening, gelyk men ons met zoo veel hatelykheid verC 4 wvt>

Sluiten