Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54. I. LEERREDE over

pervlakkig en onvolledig maakt, en het gewigtigfte voorbyziet ; maar eene kortheid, die met de uitgebreidheid der leerftukken en Zedepligten, en met het gewigt en belang van

de verklaringen der H. S. beftaan kan.

Zulk eene kortheid is ten hoogften nodig en nuttig! Zoo , en zoo alleen, kan de Leeraar het best in geheugenis houden, altoos vaardig hebben, en ten grondflage leggen van uitgebreider onderrigtingen en vermaningen.

Zoo kan de Lidmaat, de eenvouwige zelf, het zig ras eigen maken,, het te beter overdenken en bevatten, en er gelukkiger op bouwen. — Men kent het menfchelyk hart. Een groote uitgebreidheid en menigte van zaken verwarren het verffcand, en fchrikken de genegenheid tot onderzoek ten fterkfcen af: en dit moet men voorkomen!

C. Ten derden, een geloofsregel dient ook vooral klaar , duidelyk , en eenvouwig te

zyn. Niets is noodzakelyker. Hoe kan hy

anders een hulpmiddel zyn tot kennisfe, ook voor min geöefenden ? men weet de diepe onkunde, en de duisternis, waar in de meeste menfchen in het Godsdienstige gedompelt liggen! hoe kan een verward en donker opgefteld voorbeeld dienftig zyn, om hun onderzoekens-lust op te wekken, de nevelen die

hun

Sluiten