Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 TIM. I. 13. S?

ledig , aangeroert , veelen der gewigtigften treft men er geheel niet aan, alles is meest

Zedekunde, menfchenliefde en welk eene?

niet, die in Christus is , die uit het regt geloof in den borg voort komt ; maar wier bron waarlyk alleen zelf behagen, en werkheilige hoogmoed is! ■— welk eene verminking van de leer des Bybels , die zoo wel en zoo fterk op geloof als op liefde aandringt, en het eerfte ten eenigen grondflag legt voor het laatfte ! die onze Zaligheid van een zuiver en levendig

geloof doet afhangen ! Zulk een leertrant

is dan zeer ongetrouw en onwaardig. Neen! al de voorname ftukken van den Godsdienst moeten er, in derzelver waarlicht, en volgens den geest der H. S. in gemeld worden. Niets mag men, ten gevalle van dwaling en ongeloof, agter laten , niets verbloemen , noch verdonkeren. In alles moet men de opperfte wyshcid laten fpreken, en geheel haar onderwys openleggen!

E. Eindelyk, een kort begrip der Euangelie-

leere moet wel aan één hangen. ■ Dit is

de eigen aart van zulk een voorbeeld: dat brengt deszelfs oogmerk mede. De H. S. vertoont den opmerkenden de waarheden, hoe zeer ook hier en daar verfpreid, in een heer]yk verband. Dat moet zulk een ftelzel den D 5 een-

Sluiten